Patiëntgegevens, WGBO en AVG
Joris Bijvoets, CIPP/E (AVG Compleet B.V.)
AVG Compleet kennisbank, 2 augustus 2026
Dit artikel is deel 4 van 6 in de reeks Persoonsgegevens, eigendom en zeggenschap. De zes blogs bouwen inhoudelijk op elkaar voort en kunnen daarom het beste in volgorde worden gelezen. Begin bij deel 1.
In publieke discussies over digitalisering in de zorg wordt het medisch dossier soms beschreven alsof het “van de patiënt” is: iets dat hij bezit, kan meenemen of in het uiterste geval kan verkopen. Onder de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) en de AVG is dat een misverstand. De arts houdt het dossier, op grond van een wettelijke dossierplicht, binnen een vertrouwensrelatie met de patiënt. Wat de patiënt heeft, is een set rechten, geen eigendomstitel.
Wie houdt het dossier? De dossierplicht
Artikel 7:454 lid 1 BW legt op de hulpverlener een dossierplicht. De arts moet “een dossier inrichten met betrekking tot de behandeling van de patiënt” en daarin de gegevens vastleggen die voor goede hulpverlening noodzakelijk zijn. Die plicht is niet afhankelijk van toestemming van de patiënt; zij berust op een wettelijke verplichting in de behandelingsovereenkomst.
Voor het AVG-perspectief betekent dat: in de reguliere behandelrelatie berust het vastleggen en verwerken van de gegevens doorgaans op art. 6 lid 1 sub b (uitvoering van de behandelingsovereenkomst) en sub c (wettelijke verplichting, waaronder de dossierplicht) AVG, in combinatie met art. 9 lid 2 sub h AVG (verwerking voor medische diagnose, zorgverlening en het beheren van gezondheidszorgstelsels en -diensten) en de nationale invulling in art. 30 UAVG. In specifieke, veelal publiekrechtelijke zorgcontexten kan daarnaast art. 6 lid 1 sub e (taak van algemeen belang) een rol spelen.
Verantwoordelijk voor het aanleggen en bewaren van het dossier is daarmee de hulpverlener, in de praktijk vaak binnen een zorginstelling. Niet de patiënt. De WGBO-term hulpverlener en de AVG-term verwerkingsverantwoordelijke beantwoorden echter verschillende vragen: wie onder de AVG doelen en middelen bepaalt, moet per organisatie en verwerking worden vastgesteld en kan bijvoorbeeld de instelling zijn. Het dossier is een door de hulpverlener gehouden medisch document, gebonden aan beroepsregels en bewaartermijnen, dat mede de continuïteit van zorg en de rechtenuitoefening van de patiënt dient; een eigendomsobject van de patiënt is het niet.
Wat de patiënt wél heeft: inzage, afschrift, aanvulling en vernietiging
WGBO geeft de patiënt een eigen set rechten. Artikel 7:456 BW regelt het recht op inzage en op een afschrift; artikel 7:455 BW het recht op vernietiging op verzoek. Daarnaast kan de patiënt op grond van art. 7:454 lid 2 BW een eigen verklaring aan het dossier laten toevoegen. Deze rechten lopen parallel aan de AVG-rechten op inzage (art. 15), rectificatie (art. 16) en gegevenswissing (art. 17), die ook in de zorgcontext gelden, zij het binnen de grenzen van onder meer art. 17 lid 3 AVG en de uit de WGBO voortvloeiende bewaarplichten.
Vernietiging is voor de eigendomsvraag het meest interessante recht. Een eigenaar mag zijn zaak in beginsel ook vernietigen; art. 5:1 BW omschrijft eigendom als het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben, al kent ook die bevoegdheid wettelijke grenzen. Onder de WGBO is het vernietigingsrecht van de patiënt uitdrukkelijk begrensd. Artikel 7:455 lid 2 BW maakt expliciet dat lid 1 “niet geldt voor zover het verzoek bescheiden betreft waarvan redelijkerwijs aannemelijk is dat de bewaring van aanmerkelijk belang is voor een ander dan de patiënt, alsmede voor zover het bepaalde bij of krachtens de wet zich tegen vernietiging verzet”. Daaronder vallen ook situaties waarin andere wettelijke regimes aanvullende bewaarplichten of beperkingen stellen, zoals in de arbeids- en verzekeringsgeneeskundige praktijk (NVAB-OVAL, 2019).
Het Centraal Tuchtcollege heeft daarbij verder genuanceerd: ook gedeeltelijke vernietiging kan worden verzocht, zelfs van een woord, een zinsnede of een alinea uit het dossier. Het CTG accepteert dat zo’n selectieve vernietiging een dossier minder begrijpelijk kan maken, maar ziet daarin gelet op tekst en strekking van art. 7:455 BW geen grond om een verzoek per definitie af te wijzen (CTG 19 maart 2021, ECLI:NL:TGZCTG:2021:61, rov. 4.5-4.6; KNMG, 2024).
Voor de eigendomsvraag levert deze opzet een fundamenteel onderscheid. Een eigenaar vernietigt op eigen gezag; een patiënt vernietigt op verzoek, binnen wettelijke randvoorwaarden, en alleen voor zover andermans belang zich daar niet tegen verzet. Dat is zeggenschap, geen beschikkingsmacht.
AVG en WGBO: twee regimes naast elkaar
De AVG vormt als rechtstreeks werkende verordening het overkoepelende kader; de WGBO geeft, binnen de ruimte die de AVG daarvoor laat (met name via art. 9 lid 2 AVG en de nationale uitwerking in de UAVG), voor de behandelrelatie een sectorspecifieke invulling van dossiervoering, geheimhouding en patiëntrechten. In de praktijk worden beide regimes naast elkaar toegepast en vullen zij elkaar aan (P&I, 2023).
Dat heeft praktische gevolgen. Voor wetenschappelijk onderzoek met patiëntgegevens zijn niet alleen art. 9 lid 2 sub j AVG en art. 24 UAVG relevant. Wanneer verstrekking uit het medisch dossier zonder toestemming wordt overwogen, stelt ook art. 7:458 BW eigen voorwaarden, waaronder noodzakelijkheid, proportionaliteit en waarborgen tegen herleiding, afhankelijk van de toepasselijke route. De juiste art. 6-grondslag moet daarnaast afzonderlijk worden vastgesteld. Beide regimes moeten dus worden nageleefd.
Twee regimes vormen dus samen het patiëntenkader. De AVG bevat geen regeling die persoonsgegevens als eigendom kwalificeert; in de eerste bijdrage van deze reeks betoogde ik dat een klassiek eigendomsregime daar ook niet op aansluit (Bijvoets, 2026a). De WGBO voegt daar een wettelijke plicht tot dossierhouderschap door de hulpverlener aan toe, en vertaalt de zeggenschap van de patiënt in afdwingbare rechten, niet in een bezitsrecht.
Medisch beroepsgeheim als grondslag
Het medisch beroepsgeheim is in Nederland verankerd in art. 88 Wet BIG en in art. 7:457 BW. De arts mag medische gegevens niet aan derden verstrekken zonder toestemming van de patiënt, behoudens wettelijke uitzonderingen of een conflict van plichten. In procedures vertaalt dit zich onder meer in een functioneel verschoningsrecht: in burgerlijke zaken art. 165 lid 2 onder b Rv en in strafzaken art. 218 Sv.
Het beroepsgeheim is asymmetrisch: de plicht ligt bij de arts, niet bij de patiënt. Een klassiek eigendomsregime kent een dergelijke, op de houder rustende geheimhoudingsplicht niet. Een eigenaar bezit, anderen niet; verder gaat het civielrechtelijke beeld niet. Maar het medisch dossier wordt door de behandelaar gehouden onder een geheimhoudingsplicht jegens de patiënt, in een vertrouwensrelatie die juist niet exclusief in de patiënt is belegd.
Waarom commercialisering juist bij gezondheidsdata problematisch is
In een eerder blog op deze kennisbank betoogde ik dat persoonsgegevens zich slecht lenen voor een handelswaar-benadering (Bijvoets, 2026c). Voor medische gegevens speelt dat probleem in versterkte vorm. Drie redenen, deels juridisch en deels beleidsmatig:
Vertrouwelijkheid is constitutief voor zorg. De openheid waarmee een patiënt zijn klachten, vrees of leefstijl met de arts bespreekt, berust op vertrouwen in het beroepsgeheim. Wanneer patiëntgegevens als verhandelbaar zouden gelden, komt die openheid onder druk te staan, met gevolgen voor de kwaliteit van de zorg.
Gestratificeerde gezondheidsrechten. Een consent-or-pay-model in de zorgcontext (denk aan hypothetische modellen waarin premiekorting wordt gekoppeld aan het delen van leefstijldata) riskeert een tweedeling waarbij burgers met meer financiële armslag hun medische gegevens beter kunnen beschermen. Vanuit het beginsel dat grondrechten aan eenieder gelijkelijk toekomen en dat toegang tot gezondheidszorg gewaarborgd moet blijven (vgl. art. 20 en 35 Handvest), is dat een onwenselijke uitkomst.
Asymmetrische machtspositie. De patiënt onderhandelt niet vanuit gelijkwaardigheid; hij heeft zorg nodig. Toestemming voor commerciële verwerking staat in een dergelijke context onder druk. De EDPB rekent situaties van duidelijke machtsongelijkheid tot de gevallen waarin toestemming veelal niet als vrijelijk gegeven kan gelden (EDPB, 2020, par. 16 e.v.). Opinion 08/2024 werkt de vrijwilligheidstoets nader uit voor grote online platforms en gedragsreclame, maar kan niet zonder meer naar de zorg worden veralgemeniseerd. In de zorgrelatie volgt de terughoudendheid primair uit de algemene toestemmingsrichtsnoeren en de concrete afhankelijkheidsrelatie.
Wat is dan wél toegestaan?
Wetenschappelijk onderzoek met medische gegevens is binnen kaders mogelijk (art. 9 lid 2 sub j AVG, art. 24 UAVG en, voor verstrekking uit het medisch dossier, art. 7:458 BW); de WGBO en KNMG-richtlijnen stellen daarbij aanvullende eisen aan geheimhouding en dossiervoering, maar vormen niet zonder meer de vereiste art. 6-AVG-grondslag. Alleen daadwerkelijk geanonimiseerde gegevens vallen buiten de AVG: volgens overweging 26 moet identificatie met alle redelijkerwijs in te zetten middelen niet meer mogelijk zijn. Gepseudonimiseerde gegevens blijven persoonsgegevens. In de bedrijfs- en verzekeringsgeneeskunde geldt de WGBO bovendien niet onverkort: via art. 7:464 BW kunnen bepalingen van overeenkomstige toepassing zijn, terwijl daarnaast specifieke publiekrechtelijke kaders gelden, bijvoorbeeld bij beoordelingen in de arbeids- en sociale-zekerheidscontext (NVAB, 2024). Bij verplichte spreekuurcontacten of arbeidsongeschiktheidsbeoordelingen bestaat daardoor geen onbeperkt vernietigingsrecht voor de werknemer.
De grens is dus niet “data uit de zorg mag nooit worden hergebruikt”. De grens is dat het hergebruik gebonden blijft aan beroepsregels, doelbinding, beroepsgeheim en proportionaliteit. Dat is een wezenlijk andere infrastructuur dan een markt.
Conclusie
Het medisch dossier is geen eigendom van de patiënt. Het wordt door de hulpverlener gehouden, op grond van een wettelijke verplichting, binnen een vertrouwensrelatie die door het beroepsgeheim wordt beschermd. De patiënt beschikt over afdwingbare rechten op inzage, afschrift, aanvulling en vernietiging, telkens binnen wettelijke grenzen. Dat is zeggenschap, geen bezit. De lijn die door deze serie blogs loopt, vindt in de medische context haar scherpste uitwerking: persoonsgegevens zijn geen eigendom (Bijvoets, 2026a), dataportabiliteit is geen overdracht van bezit (Bijvoets, 2026b) en commodificatie stuit op fundamentele bezwaren (Bijvoets, 2026c). Voor patiëntgegevens komt daar een laag bij die ouder en breder is dan het AVG-regime: het medisch beroepsgeheim als vertrouwensfundament van de zorgverlening.
Juist hier is de afstand tot het eigendomsmodel het grootst. Zelfs de meest persoonlijke gegevens, die over lichaam, geest en geschiedenis, laten zich niet vanuit een bezitsregime regelen. Ze vragen om een ander begrip, ouder dan eigendom: vertrouwen.
Bronnen
- Bijvoets, J. (2026a) Persoonsgegevens zijn geen eigendom: waarom de AVG kiest voor zeggenschap. AVG Compleet. Available at: https://avg-compleet.nl/persoonsgegevens-zijn-geen-eigendom/.
- Bijvoets, J. (2026b) Dataportabiliteit onder de AVG: zeggenschap zonder eigendom. AVG Compleet. Available at: https://avg-compleet.nl/dataportabiliteit-onder-de-avg/.
- Bijvoets, J. (2026c) Waarom persoonsgegevens geen handelswaar mogen worden. AVG Compleet. Available at: https://avg-compleet.nl/waarom-persoonsgegevens-geen-handelswaar-mogen-worden/.
- Burgerlijk Wetboek, Boek 7, art. 7:454, 7:455, 7:456, 7:457 en 7:464 (Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst).
- Burgerlijk Wetboek, Boek 5, art. 5:1.
- CTG 19 maart 2021, ECLI:NL:TGZCTG:2021:61, rov. 4.5-4.6.
- Erents, C., Groenhart, N., De Jong, H. & Fonville, E. (2023) ‘Kroniek uitoefening AVG-rechten door betrokkenen mei 2020-oktober 2022’, P&I 2023/1, p. 13-25.
- European Data Protection Board (2020) Guidelines 05/2020 on consent under Regulation 2016/679, version 1.1, 4 May 2020. Available at: https://edpb.europa.eu/our-work-tools/our-documents/guidelines/guidelines-052020-consent-under-regulation-2016679_en, accessed on 2 August 2026.
- European Data Protection Board (2024) Opinion 08/2024 on Valid Consent in the Context of Consent or Pay Models Implemented by Large Online Platforms, 17 April 2024. Available at: https://www.edpb.europa.eu/documents/opinion-of-the-board-art-64/opinion-082024-on-valid-consent-in-the-context-of-consent-or_en, accessed on 2 August 2026.
- Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, PbEU 2012/C 326/02, art. 20 en 35.
- KNMG (2024) Richtlijn omgaan met medische gegevens. Utrecht: KNMG.
- NVAB-OVAL (2019) Leidraad Bedrijfsarts Privacy.
- NVAB (2024) Leidraad inrichting en overdracht bedrijfsgeneeskundig dossier.
- Verordening (EU) 2016/679 (Algemene Verordening Gegevensbescherming), met name art. 6, art. 9 en overwegingen 4 en 26.
- Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming, met name art. 24 en 30.
- Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, art. 88.
Engelse versie
Lees ook:
Patiëntgegevens onder EHDS en de Data Act: een nieuw evenwicht zonder eigendom
Drie nieuwe EU-verordeningen hervormen de omgang met patiëntgegevens, zonder iemand eigenaar te maken. Wat de EHDS en de Data Act betekenen voor de FG-praktijk: van verwerkingsregister tot opt-out.
De European Health Data Space
De European Health Data Space geeft burgers meer regie over hun gezondheidsgegevens, maar maakt niemand eigenaar. Hoe de nieuwste EU-datawet toegang regelt zonder bezit.
Waarom persoonsgegevens geen handelswaar mogen worden
Waarom kun je persoonsgegevens niet behandelen als verhandelbaar bezit? Dit artikel bespreekt de juridische en maatschappelijke bezwaren tegen data als handelswaar.




